Verhalen van vroeger
Markten, Kermissen
Alles wat ik nog weet van Apeldoorn van vroeger speelt zich af in een korte tijdspanne van 1959 tot 1962.
Slechts 3 jaar heb ik er gewoond en toch veel herinneringen behouden:
De Apeldoornse zaterdagmarkt omstreeks 1960. Het oude gemeentehuis was een verdieping kwijt door brandschade in het verleden, later is de bovenverdieping weer herbouwd.
Ik ging altijd naar de boekenstal van Joh Yntema, daar kon je toen prachtboeken kopen voor een paar kwartjes.
Jongelui die blaadjes probeerden te bekijken die niet voor hun leeftijd bestemd waren, kregen op niet mis te verstane wijze te horen dat ze iets anders moesten doen.
Verder: een standwerker met hoge hoed die veel bekijks had. Hij verkocht bananen en ander fruit maakte een show met jolige praat. Als podium diende een laadbak, hij stond in de hoek van de markt waar nu Albert Heijn gevestigd is, links achter het oude gemeentehuis Uniek eigenlijk, meestal verkochten standwerkers alleen horloges of patentmiddelen.
Ook stond er nog ergens op de markt een kruidenmannetje met middelen tegen allerlei kwalen. Hij hield consult voor mensen die genezing kwamen zoeken. Boeren, burgers en buitenlui volgden met ontzag zijn wetenschappelijk betoog.
Op een maandag moest ik naar de tandarts en ontdekte de maandagochtendmarkt. Op gewone maandagen zat ik op school.
Allerlei radio onderdelen waren er te vinden, ook andere tweedehands spullen. Radiotechniek was een van mijn hobbies, jammer dat deze markt normaliter onder schooltijd gehouden werd, misschien had ik meer naar de tandarts moeten gaan.
De automarkt, 's avonds werd die gehouden, of die per week of per maand gehouden werd weet ik niet meer.
Allerlei zaken, door latere wetgevingen verboden, konden daar nog plaatsvinden. APK keuringen, veiligheidsriemen, roetfilters, geluiddempers enz. alles nog onbekend. Ik zie nog een paar Duitse "Halbstarken" de vering van een Eend uitproberen, waarbij het voertuig als een jojo op een neer stuiterde. Meest courante merk: Mercedes-Benz, nog die hele oude modellen uit de jaren veertig.
Bij de verkoop ging het van handjeklap en werden de portefeuilles getrokken.
De kermis werd meestal op het Marktplein gehouden, ik herinner me ook dat er een in het Beekpark plaatsvond, of was het Marialust?
Sommige kermisattractie zie je nu niet meer. Zo herinner ik me een soort capsule bevestigd aan een lange arm, die als een klokwijzer rondging. Op het hoogste punt kwam alles tot stilstand. De inzittende van de capsule hing ondersteboven, waardoor kam, sleutels, muntgeld enz. naar beneden kletterde. Alles werd door de uitbater opgeraapt en teruggegeven aan de passagier.
In een vorig stukje, geplaatst op deze website, voerde ik aan dat het park "Berg en Bos niet meer vrij te betreden was via de achterkant. Tegenwoordig is het park vrij toegankelijk, werkelijk een paradijs, daar kunnen jullie in Apeldoorn trots op zijn.
Huub Brinkman
Valeriuslaan 31
Archief: Michèl Lugtigheid.
Verhalen van vroeger
In september 1953 ben ik in Apeldoorn komen wonen in de Valeriuslaan in Zuid.
Op bovenstaande foto kunt u zien dat wij om de deur ook een rozenhek hadden. Aan de gehele onevenkant stond om alle voordeuren zo'n rek en ook liep er per blok een pad langs de ramen en voordeur. Dit in tegenstelling tot de overkant, de Diepenbrocklaan en de Johan Wagenaarlaan. Hier liep het plansoen tot tegen de huizen aan.
Op nr. 29 woonden de fam. van Gooswilligen, op 31 wij en op 33 de fam. Oosterbeek. Aan de overkant op 34 fam. de Vries.
De Buurman van no. 29 werkte toen bij rijwielfabriek Sparta en heeft een keer meegedaan met, schrik niet, een rookwedstrijd.
Pijproken uit een echte Goudse stenen pijp. De deelnemers kregen ieder 3 gram tabak en 3 lucifers en dan ging het er natuurlijk om wie het langste zijn pijp kon aanhouden.
En jawel de buurman won de wedstrijd.
Mijn vader had een meubelmakerij in de Schoolstraat gelegen in de inrit van Taxibedrijf Bresser en Radiateur service Hartgers. Wij kenden thuis 2 perioden, 1 met auto en 1 zonder auto. We zaten eens weer een keer in periode 2 toen mijn vader op de brommer naar huis kwam om tussen de middag te eten toen een paar van die opgeschoten jongens een rotje gooiden naar het paard van Poppedijntje de schilleboer. Het paardje sloeg op hol, met kar en al, en rende de straat door richting Mendelsohnlaan. Pa gaf nog flink gas bij en kon het paardje net voor het kruispunt bij het halster pakken en stoppen.
Ik zie nog Poppedijntje op z'n klompen er achter aan rennen en alsmaar roepend mien peertje...mien peertje..
De jongens die het gedaan hadden stonden even later, toen paard, wagen en Poppedijntje weer terug kwamen, al met rode koppen en een heet achterwerk, persoonlijk gekregen door de ouders, al te wachten met de mandjes schillen van de adressen die Poppedijntje nog moest lopen. Dat moesten ze nog enige weken doen.
Buurman Oosterbeek was slager en wij hadden kippen, 6 stuks en een haan. Deze haan vertikte het om de kippen het hok in te laten. Ze moesten hun ei maar ergens anders zien kwijt te raken. Dus de haan moest worden geslacht. Het was een grote haan die op je afsprong als je de ren binnen kwam, met z'n klauwen naar voren.
Behalve als pa binnenkwam. Hij scheen op de een of andere manier voor hem bang te zijn. Maar goed de buurman is slager en ging de ren in om de haan te pakken
Hij had 5 seconden nodig om binnen te komen en 1 om weer naar buiten te gaan. Net op tijd, anders had z'n gezicht open gelegen. Dus pap naar binnen met de bijl en er werd een hartig woordje met de haan gesproken. Daarna was hij losbollig en konden de kippen weer op stok en als dank kregen we grote eieren met dubbele dooier.
Buurman de Vries was bus-chauffeur bij de V.A.D. Maar niet zomaar een chauffeur nee, hij reed op het buitenland. Als chauffeur gezelschapsreizen zoals dit toen genoemd werd. Meestal waren dit verenigingen of sportclubs. Er werd vaak een jaar voor gespaard en dan werd de bus afgehuurd en men vertrok naar het doel.
Buurman de Vries was gehuwd met een Oostenrijkse en heeft enige jaren in dit mooie land rondgereden en wist dus alle mooie wegen.
Nu gebeurde het weleens dat de bus de straat in kwam rijden, met het gezelschap aan boord, om buurvrouw de Vries op te halen. Er was dan weer een plaatsje open.
De penningmeester vond dit jammer, als deze overbleef. En zo kon het gebeuren dat ze met schort en al in de bus werd gehesen en mee mocht naar Brekenz en haar moeder weer eens zag. De directie van de VAD vond dit goed.
In die tijd hadden wij als enige in de straat telefoon (7471). Het was al gauw de gewoonte geworden wanneer de dokter gebeld moest worden, al was het midden in de nacht, dat ze bij ons terecht konden. Anders moesten ze helemaal naar het Schubertplein lopen Zo kwam er in 1956 na de Hongaarse opstand een deel van een familie naast fam. de Vries wonen. De moeder sprak enkele woorden Duits, ze konden elkaar iets verstaan. Na een week of 6 kwam de moeder midden in de nacht aanbellen. We begrepen dat de dokter moest komen. Toen mij moeder vroeg wat de zieke mankeerde moest ze even nadenken. Let wel, probeer dat maar eens in een vreemd land, zonder dat je de taal nauwelijks verstaat en spreekt. Toen kwam het er uit poep heeeeel vlug. Die zelfde nacht lag de zieke al het ziekenhuis en kreeg vocht toegediend. Ik neem nu nog m'n pet af voor haar om zich zo uit te drukken dat iedereen het begreep.
In die tijd hadden we te maken met Dolle Evert eeen pracht figuur. Hij stond meestal voor het station te wachten met z'n handkar. Zag hij mensen aankomen met een zware kofffer, dan rende hij er naar toe en trok hij de koffer gewoon uit je hand en mikte deze op de kar en liep half Apeldoorn door om de koffer te bezorgen. Op een dag, het regende, stond Dolle Evert te wachten bij de halte van lijn C, Avondzon/Eendenweg. Terwijl de chauffeur afrekende met de mensen die instapten was Evert achter de bus bezig. Evert stapte in, betaalde z'n 15 cent en ging zitten. De bus trok op met luid kabaal, Evert had met een stuk draad de kar aan de bumper vast gebonden.
Evert moest uitstappen de kar losmaken en gaan lopen. Hij had flink de pest in want hij kreeg z'n geld niet terug.
Michèl Lugtigheid
Eens een Apeldoorner, altijd een Apeldoorner
Mijn naam is Michèl Lugtigheid. In september 1953 ben ik op 8-jarige leeftijd met mijn ouders naar Apeldoorn verhuisd.
Wij zijn gaan wonen in de Valeriuslaan 31 in Zuid. Ik ging naar de Rijksleerschool op de Molleruslaan, erg gezellig met al die kwekelingen.
Als ik naar huis fietste reed ik vaak langs het kanaal. Ik deed er dan wel een uur of nog langer over om thuis te komen. Vaak mocht ik dan de diverse brugwachters helpen met het doorlaten van de schepen, niet wetende dat ik in 1972 zelf het roer ter hand zou nemen om door 2 bruggen te varen. Te weten de Deventerbrug en de Welgelegenbrug bij de Molenstraat.
Na wat verhuizingen, eerst in Apeldoorn naar de Saturnusstraat. Daarna naar Loenen, toen naar Mill in het Brabantse land verhuisd.
Ik ging in dienst, daarna als woningstoffeerder aan het werk in Nijmegen. Daarna werk gekregen in Zutphen, alweer dichter bij Apeldoorn
Na enige jaren kreeg ik werk bij Rijkswaterstaat en werd overgeplaatst naar Brunssum in Zuid-Limburg. Er was nog geen woonruimte en we kregen een woonark toegewezen. Deze lag in het Apeldoorns kanaal tegen over Houthandel Fa. Einthoven & zoon. Ik was weer terug, al was het maar voor 3 weken, in mijn dorp. Even voor wij gingen verhuizen uit Zutphen gingen mijn ouders terug naar Apeldoorn. We woonden maar een paar km van elkaar.
Op 14 juni 1972 zou het gaan gebeuren. De 13e, de derde verjaardag van onze zoon, kwam de sleepboot die ons naar Limburg zou brengen. We kregen ook het bericht dat we in de loop van deze dag al zouden vertrekken om op tijd voor de spoorbrug te gaan liggen. Tegelijk met ons zouden er 2 schepen - die bij de Fa. Koens, scheepsmotoren reperatie in onderhoud waren - met ons mee gaan. Hieronder treft u de foto’s van ons vertrek. Mijn moeder wilde nog even een boodschap doen in het dorp en moest dus prompt wachten voor de brug die voor de laatste keer openging. Na ons is er door de Deventerbrug, de Welgelegenbrug en de Spoorbrug geen enkel schip meer gevaren. Van de Deventerbrug en de Welgelegenbrug zijn na ons passeren de zekeringen verwijderd.
Op verzoek van de schipper van de sleepboot, gingen na het passeren van de spoorbrug, de volgende dag de 2 andere vaartuigen achter ons varen. De sleepboot kon anders hun schroefwater niet kwijt.
Na enige tijd zagen we nog een woonark liggen. Hierop woonde een aannemer die het viaduct in de A50 had gebouwd. Hij was echt de laatste die enige weken later het Apeldoorns kanaal verliet. Maar ik was de laatste vanuit Apeldoorn. Mijn moeder, inmiddels 88 jaar, woont nog steeds in Apeldoorn.
Iedere week kijk ik meerdere malen naar Oud-Apeldoorn, TV Gelderland.
Eens een................
De laatste boot door het Kanaal
Kanaal Noord 1972
Sleepboot "De Volharding" heeft aangelegd. Foto: Michèl Lugtigheid.
Kanaal Noord 1972
We gaan vertrekken. Foto: Michèl Lugtigheid.
Kanaal Noord 1972
We gaan vertrekken. Foto: Michèl Lugtigheid.
Kanaal Noord 1972
We zijn op weg. Zelf sta ik op het dak. Foto: Michèl Lugtigheid.
Kanaal Noord 1972
Het is gelukt. Foto: Michèl Lugtigheid.
Kanaal Noord 1972
Hier lagen we 3 weken als Apeldoorners. Foto: Michèl Lugtigheid.
Kanaal Noord 1972
Onze verhuiskaart. Deze ark heette "De Waal". We hebben hier nog een hevig onweer gehad, waarbij de bliksem op het water ketste en als een vuurbal onder de brug doorsloeg. Op 31 juli is onze jongste zoon geboren en tussen Kerst en Oud Jaar zijn we verhuisd naar Brunssum. Foto: Michèl Lugtigheid.
Verhalen van vroeger
Tijdens de bosbessenpluk was ik vaak te vinden in de omgeving van Hoog Soeren,
daar waren plekken met hoge struiken waar je de bessen zo van af kon ritsen.
In de namiddag ging ik dan via de Asselseweg terug naar de bewoonde wereld.
In de wegberm zat een man met een weegschaal, daar kon je de oogst omzetten in een paar kwartjes.
Op een andere dag liep ik met mijn emmertje langs het restaurant van park Berg en Bos.
De kok, die buiten stond, wenkte me en kocht de bosbessen voor een redelijk bedrag, misschien om een desert te verwerken.
Ik zocht naar mogelijkheden om mijn geringe kapitaal te vergroten.
In die tijd werden er in Berg en Bos grote manifestaties gehouden "AVRO dag" en "VARA dag" Uit het hele land kwamen bezoekers om bekende artiesten te zien optreden.
Mijn vriend en ik waren via de achterkant het park binnengekomen, daar was toen nog geen afrastering. Illegale actie natuurlijk, sorry Berg en Bos. Gelukkig weet ik me geen andere noemenswaardige ontsporingen te herinneren.
In voorste gedeelte van het park; duizenden mensen en veel muziek, Willy Alberti zag ik daar optreden en veel andere grootheden uit die tijd. (1960)
De volgende dag kreeg ik een idee: Flessen rapen en statiegeld innen. Kassa!
We gingen per fiets er op uit. Op de grote weide waren de sporen van de recente festiviteiten duidelijk zichtbaar: Overal lege flessen in alle soorten en maten, op het grasveld en in de bosjes.
Mijn vriend en ik vulden onze fietstassen. We hadden afgesproken de opbrengst te delen.
Thuis werden de flessen schoongespoeld. Blij togen we naar een kruidenierswinkel. Wat flauw nu! Hij wilde de 60 flessen niet in onvangst nemen. Achteraf wel te begrijpen, een klein buurtwinkeltje, waar ik nooit eerder een voet over de drempel had gezet.
Later hebben we de flessen in kleine hoeveelheden ingeruild, iedere keer als mijn moeder boodschappen ging doen gaf ik er een paar mee. Wat ik precies met het geld gedaan heb herinner ik me niet precies. Ik knutselde veel met electronica, of kocht oude boeken, op de markt bij antiquair Yntema, misschien zit daar nog een verhaal voor een eventuele volgende keer in.
Huub Brinkman